De hoefbevangen ezel

ezel-headerDoor Remco Sikkel

De ezel maakt samen met paarden, paard-ezels en zebra’s deel uit van het geslacht Equus. De verschillende paardensoorten vormen samen het gelijknamige ondergeslacht Equus. De ezelsoorten maken deel uit van het ondergeslacht Asinus. Ondanks de vele verschillen tussen Equus en Asinus wordt de ezel maar al te vaak gezien als een lastig en luidruchtig klein paard met lange oren. Zowel dierenartsen, hoefverzorgers als eigenaren van ezels maken zich schuldig aan dit vooroordeel. Dit is niet alleen onterecht maar in sommige gevallen zelfs schadelijk voor de ezel.

Net als paarden zijn ezels ontvankelijk voor hoefbevangenheid. We zullen ons hier toespitsen op de belangrijkste verschillen tussen ezels en paarden met betrekking tot de diagnose, behandeling en preventie van hoefbevangenheid.

Fysiologische verschillen

Lichaamstemperatuur
Ezels hebben een lagere lichaamstemperatuur dan paarden. Voor volwassen ezels is deze gemiddeld 36,8 °C. Voor een paard ligt het gemiddeld bijna een hele graad hoger op 37,7 °C. Er is bij een ezel dus eerder sprake van verhoging of koorts; een symptoom van acute hoefbevangenheid.

Hartslag
Een ander symptoom is een sterke polsslag met een hogere frequentie dan normaal. Bij ezels is een hartslagfrequentie tussen de 36 en 48 slagen per minuut normaal. Een hartslag van 48 zou bij een paard alarmerend kunnen zijn. Bij hen slaat het hart tussen de 28 en 40 keer per minuut.

Ademhalingsfrequentie
Ook de ademhalingsfrequentie ligt bij een ezel hoger. Tussen de 12 en 28 adembewegingen
per minuut tegenover 8 tot 14 bij het paard.

fat-donkeyBody condition score
De Body Condition Score (BCS) is een beoordelingssysteem om de lichaamsconditie van paarden vast te stellen. Een te hoge BCS geeft een hoger risico op hoefbevangenheid. De BCS zoals die voor paarden gebruikt wordt is niet geschikt voor ezels. Een BCS die bij het paard de waarde ‘goed’ geeft is voor ezels al ‘vet’. Veel ezels zijn te dik zonder dat de eigenaar dit doorheeft.

 

Pathofysiologische verschillen

Bloedvervetting
Bloedvervetting kan door vaatvernauwing in de hoeven hoefbevangenheid (mede) veroorzaken
of laten verslechteren. De kans op bloedvervetting is voor ezels groter dan voor paarden. Dit komt onder andere doordat zij een gebrek aan of verlies van eetlust (anorexia) ontwikkelen als reactie op pijn, met bloedvervetting als gevolg. Dit leidt bij ezels bovendien sneller tot orgaanfalen en overlijden. Bloedvervetting treedt bij ezels vaak op na een periode van stress.

Vochthuishouding
De vochthuishouding is anders. Een ezel zal minder snel uitdrogingsverschijnselen tonen. De inname en het verlies aan vocht via urine en mest moeten dus extra goed in de gaten gehouden worden bij een zieke ezel.

Pijngrens
Ezels hebben een hogere pijngrens dan paarden. Bij het overschrijden van die grens tonen zij, stoïcijns als ze lijken, hun pijn minder snel. Al zou het ook kunnen zijn dat de mens de pijnuitingen van een ezel minder goed weet te herkennen. Hoe het ook zij, het bemoeilijkt het fysiek onderzoek door de dierenarts of hoefverzorger.

Ook kan het langer duren voor wij in de gaten hebben dat er iets ergs aan de hand is. Zoolperforatie – een extreem geval van hoefbevangenheid waarbij het hoefbeen de zool doorboort – is iets wat we bijvoorbeeld vaker bij ezels zien dan bij paarden. Tenslotte vallen de (ernst van) primaire oorzaken zoals koliek of ontstekingen minder snel op door het stille lijden van de ezel.

PPID
ACTH is een hormoon dat door de hypofyse wordt afgescheiden en de productie van cortisol bepaalt. Een verhoogd cortisolgehalte vergroot de kans op hoefbevangenheid. Ezels hebben vaker een praam op hun lip dan paarden. Bij het gebruik van een praam zal de hoeveelheid ACTH in het bloed bij ezels sterk stijgen. Dat beïnvloedt een ACTH-test voor het vaststellen van
PPID (een aandoening die – foutief – bekend staat als het syndroom van Cushing).

De symptomen van PPID komen bij ezels, vooral in het beginstadium, minder duidelijk naar voren. De hoefbevangenheid kan hierdoor wél het gevolg zijn van deze aandoening zonder dat de eigenaar op de hoogte is dat de ezel PPID heeft.

EMS
Evolutionair gezien heeft het stofwisselingssysteem van de ezel nog niet de tijd gehad zich aan te passen aan de moderne tijd. Met zijn Noord-Afrikaanse afkomst is dit systeem nog ingesteld op voedsel met weinig niet-structurele koolhydraten (enkelvoudige suikers, zetmeel en
fructaan) en veel langzaam verteerbare ruwe celstof.

Dit in combinatie met het luie leven als ecologische grasmaaier, waar zo akelig veel ezels toe veroordeeld zijn, maakt dat zij vaak lijden aan het paarden-stofwisselingssyndroom EMS. Dit ziektebeeld, dat vergelijkbaar is met diabetes type 2 bij mensen, maakt hen flink vatbaar voor het ontwikkelen van hoefbevangenheid. We moeten ons er hier bewust van zijn dat dit laatste niet zozeer een verschil is tussen ezels en paarden als wel een verschil tussen hoe wij ezels huisvesten, voeden en laten bewegen.

Belastingsbevangenheid
Bij belastingsbevangenheid raakt het hoefweefsel beschadigd doordat het niet bestand is tegen overmatige belasting. Overbelasting van een of meer benen kan komen doordat een ander deel van het lichaam ontzien wordt. Bijvoorbeeld als gevolg van zenuwbeschadigingen, botbreuken
of infecties van een gewricht. Deze specifieke oorzaak van belastingsbevangenheid komen we vaak tegen bij ezels. Hun hoge pijngrens in combinatie met gevoeligheid voor hoefproblemen als witte lijn-ziekte en rotstraal maakt dat deze makkelijk over het hoofd wordt gezien.

Gedrag

Hanteerbaarheid
Wij hebben onze ezels minder vaak in handen dan paarden. Deze laatste worden per slot van rekening vaker gebruikt voor sport of recreatie. Subtiele verschillen in prestatie springen minder in het oog bij een ezel die alle dagen in het weiland staat dan bij een paard dat dagelijks gebruikt wordt. En laten deze subtiele verschillen nu vaak de eerste en uiterst belangrijke eerste signalen zijn die ons duidelijk maken dat het dier hoefbevangen kan zijn.

Voeten geven
De omgang met een ezel, vooral als hij pijn heeft, kan eveneens lastiger zijn doordat wij minder vaak iets van hem verlangen. In het dagelijks leven is de ezel al bovengemiddeld gehecht aan het staan op alle vier zijn benen. Geef hem, zeker nu hij pijnlijke hoeven heeft, even de tijd om zijn balans te vinden na het opnemen van een been. Zijn smalle bouw maakt het belangrijk dat de opgenomen benen goed onder het lichaam gehouden worden. Trek je het been weg van het lichaam dan zal de ezel snel zijn evenwicht verliezen en daar op de hierna beschreven wijze op reageren.

Verdedigingsmechanisme
Waar paarden vluchtdieren zijn, zal een ezel in bedreigende situaties eerder verstijven (bevriezen) dan vluchten. Dwang heeft op een ezel dan ook vaak een tegengesteld
effect. De kans is groot dat hij daardoor tot de aanval overgaat. Dat doet hij dan met minder waarschuwende signalen vooraf dan we van paarden gewend zijn. Een hoefbevangen ezel heeft pijn. De stress die hij daardoor ervaart kan maken dat hij vanuit zijn bevroren toestand in één
keer flink uithaalt met een achterbeen om zijn behandelaar c.q. belager weg te jagen.

Een ezel kan ook heel goed zijwaarts slaan. Bovendien ziet hij kans met zijn achterbeen naar je hoofd te slaan als je zijn voorbeen opgetild vasthoudt. En ook een klap op je voorhoofd behoort tot de mogelijkheden als je dacht dat je zijn achterbeen maximaal gebogen omhoog hield.

In plaats van vechten zal een ezel er ook voor kunnen kiezen om er toch maar vandoor te gaan. Heeft hij dat besluit eenmaal genomen, dan houd je hem niet zomaar tegen. Een hoefbevangen ezel bekappen in het open veld is een uitgesproken slecht idee. Beter is het om te kiezen voor een veilige afgesloten ruimte. Kort aanbinden ondergaat een ezel beter dan een paard. Een praam is bij een ezel minder effectief. Je kunt een ezel beter fixeren door het hoofd stevig onder je arm vast te houden en het oor aan de basis te omklemmen.

Sociaal gedrag
Meer dan paarden zijn ezels erg sociale dieren die een hechte band kunnen ontwikkelen met andere ezels, paarden of zelfs evenhoevigen. Toch zie je vaak ezels alleen staan. Dit levert chronische stress op. Stress veroorzaakt hormonale, bloedsuiker- en doorbloedingsproblemen.
Drie soorten problemen die sterk gerelateerd zijn aan de ontwikkeling van hoefbevangenheid.

Hoeven

ezels-ziek

Links: verwaarloosde ezelhoeven, rechts een ezelhoef met witte lijn-ziekte

Hoefbevangenheid is géén hoefziekte. Toch zijn de ernstigste -of in elk geval duidelijkste   kenmerken in de hoeven te vinden. Om deze goed te kunnen interpreteren is het goed om het volgende te weten:

  • Laminitisringen, de diepe groeiringen in de hoefwand als gevolg van hoefbevangenheid, zijn in ezelhoeven minder duidelijk zichtbaar dan in paardenhoeven.
  • Het hoefbeen van een ezel heeft een iets andere vorm dan dat van een paard. Het is belangrijk daar bij de beoordeling van röntgenfoto’s rekening mee te houden.
  • De hoefwand is met het hoefbeen verbonden door een structuur van zogenoemde lamellen. De ezelhoef heeft er hier minder van dan de paardenhoef. Witte lijn-separatie, het gedeeltelijk verbreken van de verbinding tussen de hoefwand en het hoefbeen, treedt hierdoor sneller op.
  • Ezels zijn gevoeliger voor witte lijnziekte. Dit is een aantasting van de witte lijn door een combinatie van bacteriën en schimmels.
  • De zool van een ezelhoef groeit nagenoeg even hard als de hoefwand. Dit vraagt om ervaring met het bekappen. Een goede hoefverzorger heeft deze ervaring uiteraard.
  • Ezelhoeven worden vaak te stijl bekapt. Een al gekanteld hoefbeen zal hierdoor nog harder en pijnlijker van binnenuit op de zool drukken. Ook bij een ezelhoef is het streven om het hoefbeen parallel met de grond te zetten.
  • En nu we het toch over bekappen hebben: veel ezels worden niet vaak genoeg bekapt. Dit heeft drie redenen.
    1. Ten eerste het hiervoor genoemde feit dat de zool ook flink groeit. Het valt minder snel op dat de hoef(wand) te lang is als het verschil tussen de hoefwand en de zool maar een paar millimeter is. Het geheel van hoefwand en zool kan ondertussen al wel centimeters te lang zijn.
    2. Ten tweede zijn er hoefverzorgers die ezels te vervelend of te min vinden. Het kan lastig zijn iemand te vinden die je ezel wil bekappen.
    3. Ten slotte is er de ‘waarde’ van de ezel. Is de ezel slechts een weidemaatje van het sport- of recreatiepaard dan staat hij daardoor wat lager op de affectieve ladder. De eigenaar wil er om deze reden misschien niet te veel geld aan uitgeven. Als dan de hoefverzorger ook nog eens zegt dat een ezel hooguit twee bekappingen per jaar nodig heeft kan de ezel het wel vergeten wat betreft voldoende bekappen. Een ezel moet gewoon net zo vaak bekapt worden als een paard.
ezel-burro

Prachtige hoeven van wilde burro’s in Oatman, Mexico (foto C.Henderson)

Voeding

Voedselkeuze
Ezels zoeken meer variatie en zijn selectiever in hun voedselkeuze. Zij zijn, zoals gezegd, meer op zoek naar voedsel met veel voedingsvezels (ruwe celstof) en weinig niet-structurele koolhydraten. Zij kunnen dit voedsel ook beter verteren dan paarden. Gedomesticeerde ezels lopen door hun efficiëntere spijsvertering een groter risico op het ontwikkelen van overgewicht in onze overdadige weilanden. Overgewicht is een beruchte veroorzaker van hoefbevangenheid. Graasbeperkende maatregelen, zoals weilandrotatie, strookbegrazing, beperking in weidegang en graasmaskers, zijn voor ezels eerder noodzakelijk dan voor paarden.

Giftige planten
De kans op het binnenkrijgen van giftige planten is door het zoeken naar variatie in het voedsel iets groter. Gifstoffen in planten kunnen het lichaam beschadigen of een kwaal veroorzaken die vervolgens hoefbevangenheid faciliteert.

Medicijnen
Van medicijnen wordt niet altijd een aparte dosering voor ezels gehanteerd. Toch reageert het lichaam van de ezel vaak anders op medicijnen. Voordeel is dat bijwerkingen minder vaak voorkomen. Sommige pijnstillende ontstekingsremmers (NSAID’s) worden zó snel afgebroken dat het gebruik als pijnstiller zinloos is. Andere worden juist weer veel langzamer afgebroken dan in een paardenlichaam waardoor het risico op overdosering op de loer ligt.

Een ezel is een ezel is een ezel
Bedenk steeds dat ezels en paarden echt twee verschillende diersoorten zijn. Nu je weet waar de verschillen liggen met betrekking tot hoefbevangenheid zul je misschien ook op andere vlakken de, soms subtiele, verschillen ontdekken. Je ezel zal hier alleen maar voordeel van hebben.

Remco Sikkel is auteur van het boek
Hoefbevangenheid : begrijpen, genezen, voorkomen
ISBN 978-90-79249-26-8
Het boek kun je hier bestellen (€19,95) »
hb-boek

Gerelateerde artikelen:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *